Entomophtora muscae

Entomophtora muscae ©Bert C. Vanden Berghe 20220527 01

 

Entomophtora muscae ©Bert C. Vanden Berghe 20220527 02

 

Entomophtora muscae ©Bert C. Vanden Berghe 20220527 03

Fan van zombiefilms? De natuur kan het beter… En niet ergens in een ver regenwoud, maar gewoon in ons eigen knusse tuintje!
‘Entomophthora muscae’ is een schimmel die vliegen en muggen parasiteert. Alvorens het slachtoffer sterft, klimt het, onder invloed van de schimmel, omhoog en spreidt het zijn vleugels, zodat de sporen zich optimaal kunnen verspreiden.

De sporen van deze schimmel ontkiemen binnen enkele uren nadat ze op een gastheer zijn geland. Er wordt een kiembuis gevormd die het exoskelet van het insect doorboort en protoplasten (een soort cellen) in de lichaamsvloeistof injecteert. De schimmeldraden groeien vervolgens geleidelijk door het hele lichaam, en verteren de lichaamssappen.

Een deel van de schimmeldraden infecteren dat deel van de hersenen dat het gedrag bepaalt. Door aantasting van het gedrag zal de gastheer – ongeveer vijf tot zeven dagen na infectie – landen en naar een hoog punt klimmen. Daar aangekomen spreidt het slachtoffer zijn vleugels uit en zijn poten, waarna het sterft. Vaak zuigt die zich met z’n monddelen eerst ook nog stevig vast op z’n plek (zoals hier op de foto’s mooi te zien is). Ongeveer drie uur later wordt op de membranen tussen de segmenten van het achterlijf een wit viltachtig vruchtlichaam met sporen gevormd. Dat zijn de witte banden in het achterlijf van de vlieg op de foto’s hier. Deze produceren grote primaire sporen die tegelijkertijd met grote snelheid worden gelanceerd (!). Zij infecteren nieuwe slachtoffers in de buurt of ontwikkelen zich bij een gebrek aan een gastheer tot een kleiner, secundair vruchtlichaam.

(PS: op deze foto zijn ook allerlei witte vlokjes te zien. Die zijn niet het werk van deze schimmel, maar van beukenbladluizen die momenteel volop op de beukenhaag zitten. Een jaarlijks terugkerend fenomeen dat ook jaarlijks terug in evenwicht gebracht wordt door de nu reeds zeer talrijk aanwezig zijnde lieveheersbeestjes.)