Grasvlieg (Thaumatomyia notata)

Als je informatie opzoekt over dit mooie 3mm kleine vliegje kom je, zoals vaak het geval is met insecten, hoofdzakelijk uit op pagina’s vol tips voor bestrijding en verdelging.
Deze vliegen begaan namelijk de onvergeeflijke zonde vaak te willen overwinteren in gebouwen, en ze doen dat liefst in grote groepen of zwermen. De mens duldt geen andere levende wezens om zich heen.

In de natuur overwinteren ze in droge, overdekte plaatsen, zoals in holle bomen en achter loszittende schors, in klimop en tegen gebouwen aangroeiende planten. Plekken onder de dakbedekking, spouwmuren, ongebruikte en niet verwarmde kamers, klokketorens en vlieringen vinden ze ook prima.

Vanaf maart verlaten ze hun overwinteringsplek om zich te gaan voortplanten – en gewoon hun leven te leiden.
De Grasvlieg (Thaumatomyia notata) behoort tot de familie van halmvliegen: ze zijn voor het voltrekken van hun levensccylus dus afhankelijk van grassen. (Dat geldt trouwens ook voor het insect van het jaar 206: de Grote rietsigaargalvlieg, waarvan de larven leven in riet, één van de wereldwijd meest algemeen voorkomende grassoorten.)

Zoals veel kleine ongewervelden die de neiging hebben talrijk voor te komen staan ze onderaan de voedselketen. Ze zijn een belangrijke voedselbron voor allerlei andere dieren. Hun belang is dus niet te onderschatten. Het duurt een poosje eer de soort die helemaal aan de top van de voedselpiramide staat de gevolgen ervaart van het ontbreken van een goede fundering – en wanneer het zover is, is het wellicht te laat om de schade nog ongedaan te kunnen maken.