Kleine zeefwesp (Cabro peltarius)
Aan zijn voorpoten zie je de typische verdikkingen waar de Kleine zeefwesp (Crabro peltarius) zijn naam aan te danken heeft. In die verdikte voorpoten van de mannetjes zitten transparante groeven die licht doorlaten wat mogelijk een rol speelt bij de paring. Het mannetje houdt dan de zeefjes over de ogen van het vrouwtje.
Het is een soort graafwesp: de vrouwtjes graven nestgangen in vooral zandige grond. De kleine zeefwesp maakt haar nest graag in (flauwe) hellingen. De gang is zo’n 30 centimeter lang en mondt meestal uit in 7 cellen. In elke cel worden tot 9 prooien gestopt. Dit zijn vaak viltvliegen, dambordvliegen, huisvliegen en steltvliegen.
(Bron van de tekst: gardensafari.nl)


