Vijfvlek-sint-jansvlinder (Zygaena trifolii)

Een parend koppeltje Vijfvlek-sint-jansvlinders spotten is best bijzonder, want in Nederland is dit een vrij zeldzame soort. Alleen in Zeeuws-Vlaanderen komt deze dagactieve nachtvlinder lokaal veel voor. In België is de soort vrij algemeen.

De Vijfvlek-sint-jansvlinder kun je herkennen aan de vijf bloedrode stippen op de zwartblauwe, metaalglanzende voorvleugels. Het is een nauwe verwant van de veel algemenere sint-jansvlinder, die zes rode stippen heeft, en behoort tot de familie van de bloeddrupjes (Zygarnidae). Bloeddrupjes zijn warmteminnend en leven vaak op verspreide, relatief kleine vliegplaatsen in voedselarme, kruidenrijke graslanden en bermen. Dat zijn de typische biotopen die in heel Europa al decennialang achteruit gaan door schaalvergroting, ontginning, ontwatering en vermesting (denk ook aan de tegenwoordig zeer actuele stikstofproblematiek). Ook in Nederland is de vijfvlek-sint-jansvlinder sterk achteruit gegaan na 1950.

Het rood en zwart van de vlinder en het geel met zwarte vlekken van de rupsen zijn waarschuwingskleuren die aangeven dat ze giftig of onsmakelijk zijn voor vogels en andere vijanden. Je kunt de rups zien van september tot juni: deze soort overwintert dus als rups. Soms blijft het rupsstadium meer dan een jaar duren en overwintert de rups zelfs tweemaal.

De rupsen eten Gewone rolklaver, Moerasrolklaver en andere vlinderbloemigen. In mei of juni verpoppen ze in een langwerpige, gele of witte papierachtige cocon die stevig aan een verdroogde grasspriet of andere plant opgehangen wordt. De vlinder vliegt van eind mei tot eind augustus en eet nectar uit bloemen van onder andere distels. De mannetjes maken ook patrouillevluchten, op zoek naar onbevruchte vrouwtjes.

Om deze zeldzame soort te behouden is het noodzakelijk dat schrale, bloemrijke graslanden en bermen behouden blijven, met daarin Gewone rolklaver of Moerasrolklaver. Een gefaseerd maaibeheer (d.w.z. een deel van grasland of berm minstens 1 volledig jaar lang niet gemaaid laten) is van zeer groot belang, zodat deze insecten daarin hun hele ontwikkeling kunnen doormaken. Moerasrolklaver is bijvoorbeeld in het voorjaar en de zomer nodig als eten voor de rupsen, maar er moet ook voldoende vegetatie (inclusief rolklavers) tijdens de winter ongestoord blijven staan zodat de rups daarin kan overwinteren; wat stevigere en langere stengels stengels zijn nodig waarop de rups kan verpoppen, en nectarplanten zoals distels als voedsel voor de vlinders moeten er natuurlijk ook zijn.

(Bronnen van de tekst: Joop de Bakker (De steltkluut), in ‘Zeldzaam Zeeuws’, Stichting Het Zeeuwe Landschap, 2001; ecopedia.be; waarneming.nl; vlinderstichting.nl)