Wat hebben een zeldzame spin, enkele zeer zeldzame cicades en een paar wantsen met mieren te maken? (En met de klimaatverandering?)

Bermkogelspin vrouw ©Bert C. Vanden Berghe
Bermkogelspin vrouw

 

Bermkogelspin nestje met struikeldraden ©Bert Vanden Berghe
Bermkogelspin nestje met struikeldraden

 

Bermkogelspin met prooi en jong ©Bert Vanden Berghe
Bermkogelspin met prooi (een snuitkever) en jong (aangeduid in de rode cirkel)

 

Bermkogelspin man ©Bert Vanden Berghe
Bermkogelspin man

 

Bermkogelspin nestje ©Bert Vanden Berghe
Bermkogelspin nestje

 

Mierkromsprietwants imago ©Bert Vanden Berghe
Mierkromsprietwants imago

 

Gewone mierwants ©Bert Vanden Berghe
Gewone mierwants

 

Miersikkelwants nimf ©Bert Vanden Berghe
Miersikkelwants nimf

 

Gewone mierspin ©Bert Vanden Berghe
Gewone mierspin

 

Tettigometra virescens ©Bert Vanden Berghe
Tettigometra virescens

 

Tettigometra laeta ©Bert Vanden Berghe
Tettigometra laeta

Voorbije zomer merkten wij dat aan enkele bloempotten op ons terras een soort kokertjes hingen, gemaakt van zandkorrels en wat ander organisch materiaal,waaronder zelfs stukjes van insecten. De bouwseltjes van Gewone zakdragers en Zandzakdragers hadden we eerder al opgemerkt om ons huis, dus we dachten dat hier ook zo’n vleugelloos vlindervrouwtje aan het werk was geweest. Deze ‘zakjes’ waren echter opvallend groter (zo’n 3 à 4 cm). Ik ging aan de slag met een sleutel voor zakdragers, maar kwam er niet uit. Daarom nam ik er voorzichtig eentje mee naar binnen en plaatste die in een doosje. Groot was m’n verbazing toen er de volgende dag een spinnetje uit kwam gekropen. Het bleek een Bermkogelspin te zijn: een zowel in België als in Nederland zeldzame soort, die in België ook op de Rode Lijst staat.

De Bermkogelspin houdt van warmte en voelt zich thuis in droog schraal grasland met open grond – liefst zandbodem – waar ook haar favoriete maaltijd aanwezig is: mieren. Op ons zonnig terras en in de zandgrond van onze tuin waar volop mieren zijn, is ze dus helemaal in haar nopjes.

Deze spin maakt heel bijzondere tipi-achtige nestjes van zandkorrels, stukjes plant en prooiresten. Daarin zit ze veilig verstopt voor predatoren zoals vogels, en ook de eitjes worden daarin gelegd, netjes in coconnetjes ingesponnen. Ik merkte dat ook de jonge spinnetjes, nadat ze uitgekomen waren, nog wat in het nestje blijven wonen, alvorens ze de wijde wereld intrekken.

Bermkogelspinnen verschalken hun prooien met een ingenieus ‘galgweb’: onder het schuilnestje maken ze een klein web van wat kriskras gespannen draden, opgespannen vanaf de grond. Wanneer daar een mier tegenaan loopt, blijft die vastkleven en wanneer het slachtoffer zich vervolgens wil loswrikken, komt de draad los van de grond en schiet het beestje aan de draad omhoog. Hulpeloos bungelend aan die ’galg’ kan de spin vervolgens haar prooi in spinseldraad inpakken en de fatale gifbeet toedienen.

De link van dit spinnetje met mieren zette me aan het denken. Eerder deze zomer had ik 2 zeldzame cicadesoorten ontdekt in de moestuin, die voorheen nog maar enkele keren zijn waargenomen in Nederland: Tettigometra virescens en Tettigometra laeta. Beide cicaden horen bij de familie van ‘Mierencicaden‘. Zoals deze naam al weergeeft, hebben ook zij iets bijzonders met mieren. Net zoals bij bladluizen geven de cicades de mieren voedsel in de vorm van uitgescheiden zoete druppels ‘honingdauw’ en in ruil daarvoor beschermen de mieren deze cicades, die zelf van verschillende planten leven. Bij deze cicades gaat de bescherming heel ver: bij gevaar dragen de mieren ze hun nest in, zodat hen niks overkomt. De larven van deze cicades zouden zelfs opgroeien in het mierennest, beschermd door de mieren.

Mieren worden wel eens ‘ecosysteemingenieurs’ genoemd, omdat ze zo’n belangrijke rol spelen in het ecosysteem waarin ze leven en dat ze mee vormgeven. Ze ruimen op, helpen de bodem draineren, leven intens samen met andere soorten en dienen als voedselbron. Doordat ze ook dieren kunnen afschrikken, dienen ze bovendien als inspiratiebron voor andere geleedpotigen. Zo hebben ook een ander spinnetje en enkele wantsen die zich in onze tuin ophouden (zoals de Gewone mierspin, de Gewone mierwants, de Miersikkelwants en de Mierkromsprietwants) iets gemeen met mieren. In één of meerdere levensfases (bij de wantsen het nimfstadium, bij de Gewone mierspin alle stadia) lijken ze als twee druppels water op mieren! Op die manier worden ze met rust gelaten door hun predatoren. Een mooi staaltje van mimicry als zelfverdediging. De gewone mierspin gedraagt zich zelfs ‘mierachtig’ door met de voorpoten zo te trillen alsof het ‘voelsprieten’ zijn (waarmee een mier de omgeving aftast). Dit kan helpen voorkomen dat hij ten prooi valt aan grotere spinnen die over het algemeen contact met mieren vermijden.

Het blijft toch verbazen hoe in de natuur alles met elkaar verbonden is… (en wij zitten ook ergens in dat netwerk!)

PS: Wat hebben al deze dieren nu met de klimaatverandering te maken? Wel, het zijn bijna allemaal soorten die oorspronkelijk een zuidelijker verspreidingsgebied hadden, en die door de klimaatverandering steeds noordelijker opduiken. Nu zijn ze nog zeldzaam bij ons, maar wellicht zal dat niet zo blijven.

(Dit artikel is ook verschenen in De Steltkluut editie winter 2023)